Groen Erfgoedzorg

Cementrustiek in de Overtuin Bisdom van Vliet

Op buitenplaatsen en in ander historisch groen is het belangrijk dat je als hovenier extra voorzichtig en terughoudend handelt, en dat je beseft dat je op een bijzondere plek aan het werk bent met bijzondere cultuurhistorisch waardevolle elementen.

Onder een groep bewoners van Haastrecht ontstond het besef dat hun ‘Haastrechtse Bos’ eigenlijk een bijzondere buitenplaats is. Door regulier gemeentelijk onderhoud had het de uitstraling gekregen van relatief verwaarloosd openbaar groen, maar daarin is verandering gekomen. Nu wordt de Overtuin van Bisdom van Vliet onderhouden door vrijwilligers, die ik als erfgoedhovenier mag aansturen. Een vaste tuinbaas, iemand die de plek door en door kent en naar de specifieke situatie handelt, is voor elke buitenplaats of landgoed het allerbeste. Op plekken die daar te klein voor zijn en waar dit financieel niet uit kan is het inhuren van een erfgoedhovenier een heel goede oplossing om kennis en kwaliteit in uitvoering te borgen. Deze situatie is daar een goed voorbeeld van. Op Buitenplaats Bisdom van Vliet ben ik verantwoordelijk voor het onderhoud en tevens voor de aansturing en uitvoering van het inmiddels lopende restauratieproject. De afgelopen twee jaar heb ik volop met erfgoedadviseur en ontwerper Monique Wolak meegedacht over het verleden en de toekomst van de overtuin. Het bleek wel dat een goede samenwerking tussen erfgoedhovenier en onderzoeker/ontwerper essentieel is voor de juiste vertaling van historische gegevens naar een praktisch, goed uitvoerbaar restauratieplan. Hierdoor is de ontwerper bij de planontwikkeling beter op de hoogte van de omstandigheden die specifiek zijn voor het terrein en die soms gemakkelijk over het hoofd worden gezien. Samenwerking betekent ook dat ontwerper en beheerder het in een vroeg stadium eens kunnen worden over praktische zaken, wat heel zinvol is bij de renovatie en het beheer van groen erfgoed. Zo deden we samen in het veld een aantal nuttige ontdekkingen.

Gardeneske elementen en cementrustiek
De buitenplaats kreeg zijn vorm door de laatste bewoners Marcellus en Paulina Bisdom van Vliet. Zij lieten het park aanleggen in de late landschapsstijl. Als een van de weinige parken in ons land bevat het nog verschillende bijzondere gardeneske elementen en objecten. Verloren gegane elementen zoals beplanting en bruggen worden teruggebracht.


Links: De grot in volle glorie - foto coll. Historische vereniging Haastrecht. Rechts: Op deze foto van het prieel op de grot is de materiaaltoepassing van het cementrustiek goed te zien - foto G.J. Dukker (beeldbank RCE).

Typisch gardenesk zijn de cementrustieke vaas in de achtertuin, maar ook de kleinere tuinvazen in de overtuin, de lavastenen bloembak en de voet van het boomstamprieel. Het meest bijzondere object is de grot met prieel in cementrustiek, waarvan de restanten aanwezig zijn. Hoe je daar als erfgoedhovenier mee om moet gaan vraagt om een speciale benadering. Belangrijk is dat je beseft dat het zeer waardevolle elementen betreft die je met uiterste zorg moet benaderen. Dat moet je allereerst de mensen die het park gebruiken duidelijk maken, je moet ervoor zorgen dat iedereen beseft waar het om gaat. Door onvoorzichtigheid of vandalisme ligt schade op de loer, zeker in een openbaar park als de overtuin. Meestal heeft men er niet veel aandacht voor: ‘Is dat nu zo bijzonder, dat rare grauwe ding?’, is vaak de eerste reactie. Pas als je er over gaat vertellen en uitlegt wat het is gaan de mensen begrijpen dat het waarde heeft. Medewerkers, vrijwilligers en bezoekers moeten beseffen hoe bijzonder het is en leren hoe ze er mee om moeten gaan.

Verval en conservering
De voormalige grot met het prieel spreekt nog steeds tot de verbeelding. Het was bedoeld als een romantisch element, gebouwd van gemetselde lavabrokken, misbaksels van steenfabrieken en cementrustiek. Het lag verstopt op een ineens verrassende open plek op het eilandje in de slingervijver. Oorspronkelijk was het bouwwerk 6 á 7 meter hoog, maar door vandalisme in de jaren ’80 is het vervallen tot een ruïne. Wat moet je daar nu mee aan? Die vraag is aanleiding tot veel discussie: Sommigen willen volledige herbouw, maar waar vind je nog de benodigde unieke streekeigen materialen, zoals de klompen afval van de IJsselsteenfabrieken? Een getrouwe replica lijkt er niet in te zitten. Het plan is nu: voorlopig etaleren wat er nog is en dit veilig stellen door betreding en wortelingroei van planten tegen te gaan. In de toekomst zal verder onderzoek van dit soort objecten met cementrustiek ervoor moeten zorgen dat we tot goede plannen voor conservering en instandhouding komen.


Huidige restanten van de grot en twee cementrustieke tuinvazen - foto's Gerrit Reijm

Auteur: Gerrit Reijm (gerrit@reijmhoveniers.nl) is secretaris van de Vereniging van Erfgoedhoveniers en heeft een eigen hoveniersbedrijf met groen erfgoed als specialisme.